dinsdag, 10 februari 2015 10:11

Rekenkamer: Invloed raad ondermaats bij jeugdzorg

De gemeenteraad moet rondom jeugdzorg financiële kaders en kwaliteitseisen stellen. Daarover moet de raad keiharde afspraken maken met het college. De raad moet tevens inzicht eisen in de omvang van de problematiek en het gebruik van de jeugdzorg en zich daar regelmatig over laten informeren.

 

Onderzoek

Dat stelt de Rekenkamercommissie Schiedam-Vlaardingen (RKC) in haar rapport De raad in positie dat recent is aangeboden aan de Vlaardingse gemeenteraad. Het onderzoek richtte op de kaderstellende en controlerende rol van de raad rondom de jeugdzorg. Het is voor het eerst dat de RKC een onderzoek uitbrengt met uitsluitend conclusies en aanbevelingen gericht aan de raad.

Kritiek

Rekenkamers elders uit het land, waaronder die uit de G4 en de grote Brabantse steden, hebben eerder soortgelijke adviezen uitgebracht. Deze Rekenkamers, evenals de Algemene Rekenkamer, maken zich onder meer zorgen over het controlegat. Veel raadsleden stellen dat ze geen zicht hebben op besluiten die rondom de decentralisaties jeugd, zorg en werk worden genomen, omdat gemeenten op deze terreinen veel in regionaal verband samenwerken. De Rekenkamercommissie Schiedam-Vlaardingen stelt dat de raad het heft in eigen hand moet nemen.

Initiatief

Meer dan tot nu toe het geval is, moet de volksvertegenwoordiging initiatief nemen in het 'formuleren van onderwerpen waarom hij informatie wenst te ontvangen van het college. De raad is echt aan zet', schrijft de Rekenkamercommissie. 'Het is van groot belang dat de gemeenteraad zijn positie voor 2015 en verder bepaalt en de nieuwe rol inneemt als verantwoordelijke voor de uitvoering van de jeugdzorg.'

Beperkte bemoeienis

Tot nu toe heeft de gemeenteraad van Vlaardingen geen inhoudelijke afweging gemaakt over de omvang van de financiële inzet en de te leveren beleidsprestaties en geen invloed gehad op financiële afspraken die in regionaal verband zijn gemaakt, constateert de RKC. Hoewel er sinds 2013 een raadswerkgroep decentralisatie jeugdzorg is, is de actieve bemoeienis van de raad beperkt. 'De raad heeft mede daardoor nog onvoldoende greep op het proces van transitie en transformatie en onvoldoende zicht op de problematiek.' De raad is kortom beperkt toegerust op zijn kaderstellende en controlerende rol ten aanzien van de transitie en transformatie van de jeugdzorg.

Beleidsmonitoring

Om het tij te keren moet de raad beginnen met de formulering van transformatie- en transitiedoelstellingen, stelt de RKC. 'Bepaal waar het nieuwe jeugdstelsel toe dient te leiden in termen van maatschappelijke effecten. Bepaal welke beleidsprestaties dienen te worden gerealiseerd. Vraag het college om op basis van die doelstellingen met een voorstel voor beleidsmonitoring te komen.'

Financiële kaders

De raad moet daarvoor inzicht hebben in de omvang van het huidige gebruik van geïndiceerde jeugdzorg. Alleen dan kunnen adequaat (financiële) kaders worden gesteld en beleidsdoelen geformuleerd. De raad moet verder kwaliteitseisen formuleren en besluiten of hij de sturing daarop zelf wil doen, of dit wil overlaten aan het college. In dat laatste geval moet de raad wel duidelijke afspraken maken hoe de vinger aan de pols kan worden gehouden.

Over een paar weken krijgt de Schiedamse raad zijn rapport met aanbevelingen van de RKC.

 

Bron: Binnenlands Bestuur door Yolanda de Koster

http://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/invloed-raad-ondermaats-bij-jeugdzorg.9462331.lynkx

 

Advertentie